Noblesse oblige: mediators verenigt u!

Noblesse oblige: mediators verenigt u!

Verenigd mediationland blijkt in Nederland een haast ondoordringbaar woud van verenigingen. De MfN als overkoepelende organisatie verliest zijn overkoepelende kracht. Wat verenigt ‘ons’, waarin zijn ‘wij’ onderscheidend? In dit essay schrijft Jacques de Waart over de verscheidenheid aan mediatorsverenigingen, vanuit de relatief jonge historische context van het Nederlandse mediationland, en vanuit zijn nauwe betrokkenheid daarbij.1

DOOR JACQUES DE WAART ILLUSTRATIE TAMAR RUBINSTEIN

Het is alweer vele jaren geleden, het moment van mijn eerste stappen in het mediatorsvak. Als advocaat voor ondernemingen zag ik dat het recht niet altijd bleek te brengen wat nodig was. Oriënterend wat dat dan wél zou kunnen brengen, belandde ik bij de zeer inspirerende mediationopleiding. Het advocatenkantoor waar ik met veel plezier werkte, zag weinig brood in mediation. Reden om vervolgens zelf, met als compagnon een die hard ondernemingsrecht­advocaat, in 2000 ons kantoor op te richten van advocaten & mediators gericht op ondernemin­gen. Zoveel als mijn mediationpraktijk groeide, zoveel liet ik mijn advocatenpraktijk slinken, totdat ik nog uitsluitend de tussenpartijdige rol vervulde. Inmiddels ben ik alweer langer fulltime mediator dan de twintig jaar dat ik als advocaat ‘op het tableau’ ingeschreven heb gestaan. Waarom besteed ik hier aandacht aan mijn advo­catuurlijke achtergrond voor een essay over mediatorsverenigingen?

Nieuwe en oude professies
Mediator in de geregistreerde MfN-vorm is een relatief jonge professie.2 Mediators van het eerste uur kregen interesse voor mediation vanuit de professie die zij reeds vervulden. Met name in de echtscheidingspraktijk groeide de behoefte aan een andere aanpak dan het toernooimodel waartoe de rechtszaal uitnodigt of zelfs dwingt.3 De arena van de rechtszaal bleek veelal niet te leiden tot een vreedzame gezamenlijke toekomst voor de ouders van dezelfde kinderen uit dat - inmiddels beëindigde - huwelijk. Ook de psychologen, die vanuit heel andere hoedanig­heid bij conflicten betrokken werden, zagen de bijzondere toegevoegde waarde van mediation als wijze van conflicthantering.

In de behoefte die ontstond om zich op het nieuwe gebied van mediation te verenigen, gebeurde dat voor de hand liggend vanuit de bestaande professie. Daardoor kon je mét je bestaande beroepsgenoten het belang van mediation verder invulling geven. Het leidde tot de eerste mediatorsverenigingen:

  • VAS, Vereniging Advocaat Scheidingsbemid­delaars, anno 1990
  • VPFA, Vereniging Personen- en Familierecht Advocaten, anno 1992
  • NVvMA, Nederlandse Vereniging van Media­tion-Advocaten, anno 1996
  • Sectie mediation van het NIP, Nederlands In­ stituut van Psychologen, anno 20004

Zoals de naam doet vermoeden richtten de eerste twee zich op het personen- en familie­recht en meer specifiek op echtscheidingen. Het betrof niet uitsluitend mediators maar ook advocaten die aan bemiddeling deden. In 2003 fuseerden deze twee verenigingen tot de vFAS, dat destijds stond voor: vereniging familierecht advocaat-scheidingsbemiddelaars.5 De derde genoemde vereniging, de NVvMA, is, evenals de vFAS, een specialisatievereniging van de Neder­landse Orde van Advocaten maar dan gericht op alles behalve de echtscheidingen.

Elke andere professie die de waarde van media­tion ontdekte, herkende zich niet in de bestaande verenigingen en richtte dan ook een vergelijkbare professie-georiënteerde nieuwe vereniging op. Het leidde tot verenigingen als die van notarissen en fiscalisten:

  • VMSN, Vereniging van Mediators en Scheidingsbemidde­laars in het Notariaat, anno 19996
  • VFM, Vereniging voor Fiscale Mediation, anno 2005

Omdat het in die beginjaren een uitdaging was om uitsluitend als mediator aan de slag te zijn, bleef die eigen oorspronkelijke professie lang relevant. Voor sommige leden van een profes­sie-georiënteerde mediatorsvereniging is die andere eerste professie nog steeds de hoofdtaak en is het belang van de vereniging vooral gelegen in het meer in beeld brengen van mediation in een conflictgebied waar de mogelijkheden van mediation nog onvoldoende worden benut.

Behalve vanuit de professies die traditioneel een rol vervullen in de conflictarena, zoals de advocaat, notaris of psycholoog, deed mediation ook in ruimere zin zijn intrede. Er ontstonden verenigingen die zich onderscheidden naar een specifiek werkgebied zoals de bouw, ruimtelijke ordening en de overheid:

  • VBN, Vereniging Bouwmediators Nederland, anno 1993
  • SMRO, Stichting Mediation in Milieu en Ruimtelijke Orde­ning, anno 19997
  • VMO, Vereniging Mediators voor de Overheid, anno 2014

Schaarste
Juist omdat de mediationmarkt maar langzaam groeide kregen de verschillende verenigingen te maken met leden die van de vereniging iets verwachtten voor het vergroten van het marktaandeel voor ‘onze mediators’, de leden van die vereniging.

Elke vereniging kent de behoefte zich te onderscheiden. Het onderscheid is wat bindt.

Elke vereniging kent de behoefte zich te onderscheiden. Het onderscheid is wat bindt.8 De schaarste aan het aantal mediations en de overvloed aan mediators op de markt, versterken de dynamiek van een stammenstrijd. Deels komt die voort uit integere motieven om het kaf van het koren te kunnen scheiden, deels vanuit – eveneens integere – motieven om de eigen toegevoegde waarde te bepleiten ten opzichte van anderen. In mediationland heeft dit dikwijls geleid tot discussies die in ieder geval voor buitenstaanders de keuze voor mediation niet hebben vergemakkelijkt. Ook de media­tionwetgevingsdiscussie is er door bepaald (geweest).

In de vorming van de professie is in de beginjaren bijvoor­beeld discussie gevoerd wat nu betere mediators waren, advocaten of psychologen.9 Welke rol spelen psychologie en recht in het conflict en in het constructief gezamenlijk oplos­sen daarvan? Is dejuridisering van het conflict essentieel in mediation en zo ja, kan de jurist daar wel of niet van toege­voegde waarde zijn, of is daar nu juist de psycholoog van essentieel toegevoegde waarde? Ik mag hopen dat die discussie achter ons ligt. Zoals we als mediators weten, kijken we subjectief en ook de blik op de professie van de mediator wordt gekleurd door de ‘andere professie’ die elk van ons met zich meedraagt. Inmiddels weten we dat de psycholoog-mediator zich (ook) dient te verdiepen in de juridische dynamiek van het conflict en dat de jurist-mediator zich (ook) dient te verdiepen in de psychologische dynamiek van het conflict. Of beter: we weten dat de professioneel mediator noch psycholoog noch jurist behoeft te zijn (geweest) om een goede mediator te zijn. De goede mediator is in staat tot de effectieve interventie en die wordt door veel meer bepaald dan een eerdere professie. En als die eerdere professie de blik beperkt, dan wordt het een belemmering. De mate waarin de mediator in staat is om het conflict vanuit diverse perspectie­ven te bezien en vandaaruit te interveniëren, is bepalend voor het arsenaal aan interventies en daarmee op de kans op succes. Want hoe je kijkt, bepaalt wat je ziet; wat je ziet bepaalt wat je doet; en wat je doet, bepaalt wat je krijgt aan effect. Dus als je interventie niet tot het gewenste effect leidt, zal je anders moeten gaan kijken.10 Daar moet je dan wel toe in staat zijn.

‘Algemene’ mediators
In die beginjaren ontstond er daarnaast een groep die was opgeleid tot mediator en ook behoefte had zich te verenigen, maar de professie ‘miste’ op basis waarvan de bestaande verenigingen geordend waren. Er was behoefte aan een ‘algemene’ mediatorsvereniging. Van een van de pre-oprich­tingsvergaderingen – destijds in Amsterdam in het kantoor van Nauta Dutilh – is mij bijgebleven het bonte gezelschap qua diversiteit van achtergronden én qua luide roep om werk. Het leidde tot de oprichting van een meer algemene vereniging: - NMv, de Nederlandse Mediatorsvereniging, anno 2002

Om onderscheidend zichtbaar te zijn, ontstonden nieuwe verenigingen, op zoek naar een niche

Enkele jaren na de oprichting kregen leden dankzij de NMv toegang tot een beroepsaansprakelijkheidsverzekering onder gunstige condities. Dat voorzag in een behoefte van specifiek deze leden. De ‘andere professie’-mediators beschikten immers over het algemeen al over een dergelijke verzekering vanuit hun andere professie.

Voor deze NMv-mediators, die niet al vanuit een bestaande andere professie toegang hadden tot de markt van conflict­partijen, leek de mediationmarkt soms ‘gekaapt’ te worden door de andere professies. Bijvoorbeeld de advocaat-schei­dingsbemiddelaars stonden zich er lange tijd op voor geen mediator te zijn maar bemiddelaar, vanuit de behoefte of overtuiging daarmee ook een verschil in kwaliteit aan te duiden. Maar meer en meer werd de term mediator een begrip. De vFAS wisselde haar S van scheidingsbemiddelaars in voor die van scheidingsmediators en beijverde zich om te mogen aansluiten bij het overkoepelende Nederlandse Mediation Instituut, NMI, de voorloper van de huidige MfN, waar zij onlangs weer uit vertrokken zijn.11

NMI en MfN
NMI en MfN verdienen in dit kader bijzondere aandacht. Het NMI is opgericht in 1993, op initiatief van Steve Whittaker. Bij die oprichting is er uitdrukkelijk voor gekozen een platform te zijn voor mediation in plaats van een organisatie voor media­tors. Het instituut was dan ook geen vereniging maar een stichting, een platform voor kwaliteitsontwikkeling en bevordering van de toepassing van mediation. Het NMI kende een onderscheid tussen gecertificeerden en geregistreerden. De gecertificeerden, zo’n 1400 in aantal, hadden aangetoond te voldoen aan de kwaliteitscriteria zoals getoetst door het onafhankelijke Det Norske Veritas (DNV). De overige onge­veer 8000 geregistreerden waren niet voorzien van dat kwaliteitskeurmerk maar wel nauw betrokken bij de verdere ontwikkeling en bevordering van mediation. Ook zij waren de ambassadeurs voor mediation en waren voor de verdere ontwikkeling van mediation de ogen en oren van het instituut.

In de onderhandelingen van destijds heeft de vFAS met het NMI, onder de toenmalige voorzitter Els Swaab, oud-deken van de Nederlandse Orde van Advocaten, gerealiseerd dat de vFAS-leden als gecertificeerd mediator konden instromen in het kwaliteitssysteem van het NMI. Dat kon op grond van de eigen vFAS-kwaliteitstoets, zonder dat de NMI-toets (bij DNV) behoefde te worden afgelegd. De hoop destijds was wellicht om naar buiten toe meer eenheid in het mediators/bemidde­laars-landschap te brengen. Maar de wijze waarop dat toen is gerealiseerd, leidde intern eerder tot versterking van het onderscheid. Het is te betreuren dat juist vFAS, die destijds zo ruimhartig is tegemoetgekomen, heeft meegelift op het succes van NMI respectievelijk MfN en nu zich daar sinds 1 januari 2022 weer van heeft afgekeerd.

vFAS heeft altijd sterk gelobbyd dat echtscheidingsmediation door niemand anders gedaan kan worden dan door haar leden. De NMv, die leden heeft die eveneens als echtschei­dingsmediator actief zijn, zag zich genoodzaakt voor de niet-advocaat-echtscheidingsmediator een strijd te voeren voor een fair share van de markt van de echtscheidingsmedia­tions. Daar waar de ‘andere-professies’ op de trom slaan van die ‘andere-professie’, wordt de NMv genoodzaakt op een andere trom te slaan, bijvoorbeeld die van kwantiteit: ‘wij zijn de grootste’. De behoefte van de NMv om serieus genomen te worden, om zich te onderscheiden van de rest, de ‘andere­professie-mediators’, is vanuit de historie begrijpelijk - en terecht - en lijkt onderdeel geworden van de cultuur van de organisatie. Wat of wie er ook de oorzaak van is geweest, het is eeuwig zonde dat NMv en MfN niet meer gezamenlijk optrekken in het mediationveld.12

Mediatorsfederatie Nederland
In 2014 ging het NMI over in de Mediatorsfederatie Ne­derland, MfN. De destijds daarbij betrokken oprichtende partijen waren (in alfabetische volgorde): NMv, NVvMA, Sectie Mediation NIP, vFAS, VMO en VMSN. Het woord federatie staat voor samenwerkende instituties die elk hun eigen zelfstandigheid houden. De MfN zou je kunnen be­schouwen als een vereniging van mediatorsverenigingen. Toch betreft de MfN - net als destijds het NMI – niet een vereniging. MfN betreft feitelijk een drietal stichtingen.13 In een van de besturen daarvan zijn de mediatorsvereni­gingen vertegenwoordigd. Bij de oprichting van de MfN golden voor de vertegenwoordigende verenigingen dat zij landelijk actief waren, ten minste honderd leden hadden en ten minste drie jaren bestonden. Daarnaast is, met weer een andere stichting, voorzien in een onafhankelijk beheer van het MfN-register van praktiserend mediators in Nederland. Beroepsregistratie in dit kwaliteitsregister van mediators staat los van lidmaatschappen van media­tors van (beroeps)verenigingen en/of andere beroepsor­ganisaties.

Merk op dat bij het NMI in haar naam het accent lag op het fenomeen: mediation; terwijl bij de MfN in de naam het accent ligt op de beroepsbeoefenaren: mediators.

Nog meer verenigingen
In de eerder gesignaleerde behoefte om onderscheidend zichtbaar te zijn in de markt, ontstonden nieuwe verenigingen, op zoek naar een niche in een specifiek soort conflict of in een  specifiek soort kwaliteit of aanpak, zoals: 

  • VMG, Vereniging van Mediators in de Gezondheidszorg, anno 1999
  • VFPS, Vereniging van Financieel Planners en Schei­dingsmediators, anno 2006
  • NVMV, Nederlandse Vereniging van Mediators in de Ver­zekeringsbranche, anno 2012
  • VOM, Vereniging van Online Mediators, anno 2012
  • VCM, Vereniging Corporate Mediation, anno 2013
  • VAN, Vereniging Arbeidsmediators Nederland, anno 2014
  • ZAM, Vereniging Zakelijke Mediation, anno 2014
  • SHTM, Stichting Het Transformatieve Model (geaffilieerd met the Institute for the Study of Conflict Transformation (ISCT), anno 2014
  • SIM, Stichting Insolventiemediation, anno 2016
  • VMSZ, Vereniging van Mediators in Strafzaken, anno 2016
  • SMO, Stichting Mediation en Overheid, anno 2017
  • PCM, Platform Christen Mediators (een fusie van het Plat­form Church Mediation en het Netwerk Christen Familie Mediation), anno 2019
  • mFAM, Nederlandse Vereniging voor Familiemediators, anno 2020
  • PBM, Platform Business Mediation (als fusie van VCM en ZAM), anno 2021

Alle in dit essay genoemde verenigingen verschillen sterk van grootte; het ledental varieert van twintig tot meer dan duizend.14 Veel van de verenigingen benoemen dat hun leden allen MfN-registermediator zijn.15 Andere verenigingen laten ruimte voor leden die dat niet zijn.

Onderscheiden en verbinden
Waarom zoveel verenigingen?16 De behoefte aan vereniging in mediationland komt mijns inziens enerzijds voort uit de behoefte om jezelf verder te ontwikkelen en versterken met gelijkgestemden (interne focus). Anderzijds gaat het om succesvol zijn in het bedienen of veroveren van de markt, zowel door die markt te vergroten, als door het deel te vergroten dat van die markt bij jou of jouw vereniging terecht­komt (externe focus). Dat vergt onderscheiden van anderen. Dat is terug te zien in de doelomschrijvingen van de verschil­lende verenigingen, die kortweg zijn samen te vatten in: - het bevorderen van de toepassing van mediation in het betreffende veld (vraag genereren); - professionaliteitsbevordering van de leden (aanbod kwali­ficeren); - belangenbehartiging voor de leden (match vraag en aan­bod optimaliseren). Deze zogenaamde sociale categorisatie – ‘we horen bij elkaar’ – heeft groepsdynamisch het effect dat we in het algemeen positiever zijn over leden van onze eigen groep dan over leden uit de andere groep.17 Het kan uiteindelijk leiden tot morele uitsluiting: groepen staan zo negatief tegenover elkaar dat ze elkaar niet meer als mensen kunnen zien. De andere groep wordt negatief behandeld en/of de groepen negeren elkaar.18

‘We horen bij elkaar’ heeft groepsdynamisch het effect dat we in het algemeen positiever zijn over leden van onze eigen groep

Het lijkt een lastig spanningsveld tussen enerzijds de behoefte je te onderscheiden om een bepaald deel van de markt goed te kunnen bereiken en anderzijds de behoefte aan eenheid in mediationland, om mediation an sich krachtig, duidelijk en eenduidig op de markt te zetten. Een voorbeeld ter illustratie, omdat ik daar zelf nauw bij betrokken ben geweest. Heb ook ik met de oprichting van de VCM bijgedragen aan de verdere versnippering? De VCM onderscheidde zich door specifiek de markt voor de corporate conflicten te benaderen. In het ondernemingsrecht werd nog maar mondjesmaat van media­tion gebruikgemaakt, terwijl de geschillen zich daar zeker wel goed voor lenen. De VCM was gericht op de (potentiële) afnemers in plaats van op de mediators en had tegelijkertijd een zeer selecte poule van mediators die hun diensten in de corporate-omgeving reeds hadden bewezen. De vereniging bleek onvoldoende toegankelijk voor andere mediators die eveneens succesvol in de zakelijke mediationmarkt actief waren. Dat leidde voor die mediators tot de oprichting van de ZAM (zakelijke mediators). De beide verenigingen deden hun best uit te leggen waarom zij toch vooral onderscheidend van de ander waren, maar voor de markt van de zakelijke mediati­ons werd het er niet duidelijker op. VCM en ZAM hebben de verschillen kunnen overbruggen en de meerwaarde onder­kend van een samengaan. Zij bedienen sinds 2021 als Platform Businessmediation gezamenlijk de zakelijke markt en de leden. Deze beweging in het klein, van verbinding zoeken en vinden, zou ik toejuichen ook in het groter mediationveld.

Quality is fitness for use
Zelf ben ik nooit lid geweest van de NMv omdat ik al lid was van de NVvMA, vanwege mijn eerdere professie. Oprichting van de VCM kwam voort uit mijn werkveld als mediator en mijn overtuiging dat in ondernemingsrechtelijke geschillen mediation meer benut zou kunnen en moeten worden. Met Eva Schutte (ZAM) heb ik mij beijverd voor de inmiddels door de beide besturen gerealiseerde fusie tot PBM. Ik meen dat een streven naar meer eenheid binnen het mediationveld een streven zou moeten zijn van alle mediatorsverenigingen. Dat vergt van alle mediatorsverenigingen de bescheidenheid om zich niet op te werpen als dé vereniging, maar alle andere verenigingen náást zich te dulden. Dat vergt een overkoepe­lende organisatie die de verenigingen overstijgt; die zich dus zelf niet bezighoudt met mediators maar met mediation in de brede zin, en die de verenigingen koestert. Dat vergt vereni­gingen die de meerwaarde van die vereniging-overstijgende organisatie dragen en uitdragen. Dat vergt onderlinge afstemming over het geluid naar buiten op vereniging-over­stijgende onderwerpen. Het grote raakvlak is de kwaliteitsbor­ging. Die wint aan waarde naarmate die meer overkoepelend is; dus één en niet verschillende kwaliteitssystemen of regis­ters. Dat vergt bereidheid van alle verenigingen zich te scharen achter een eenduidig kwaliteitssysteem. Dat vergt van de overkoepelende – kwaliteitsbepalende – organisatie, dat de kwaliteit mét het veld wordt bepaald. Dat kwaliteitskeurmerk raakt de individuele mediators, omdat zij daar wel of niet aan voldoen. Dat vergt van elke vereniging een zorgvuldige balansbewaking tussen ledenbelang en overkoepelend belang. En het vergt het vermogen om uit te leggen dat het overkoe­pelend belang óók het ledenbelang is.

Eenheid in verscheidenheid?
De diversiteit van het mediationveld is zowel de kracht als een last. De uitdaging is om in dat veld te komen tot een (her) ordening die enerzijds ruimte biedt aan die diversiteit en tegelijkertijd een sterke verbondenheid realiseert. Als mediator zouden we als geen ander oog moeten kunnen hebben voor de kwetsingen uit het verleden, voor de waarde van herstel van verbinding, voor wat daarvoor nodig is en voor wat je daar zelf in kunt doen. Mijn bijdrage is dit essay, waarbij ik van alle verenigingen aandacht vraag voor alle vier de aspecten van deze communicatieve boodschap: het informa­tieve, het expressieve, het relationele en bovenal het appelle­rende aspect.19  

Namens de redactie
Wat is er nodig om deze beroepssector meer te vereni­gen? Uw ingezonden brief, van max. 600 woorden, is van harte welkom op tc@noordvoorwoord.nl. Een selectie van de reacties zal worden opgenomen in TC 4. De redactie behoudt zich het recht brieven in te korten.

NOTEN

  1. Ik schrijf deze bijdrage op persoonlijke titel. Ik pretendeer niet volledig te zijn en houd me graag aanbevolen voor reacties. Als die reacties daar aan­leiding toe geven, zal ik dit essay zeker een vervolg geven ten behoeve van een nog completer of juister beeld. Alle in dit essay genoemde vereni­gingen zijn vooraf aangeschreven met de uitnodiging de juiste gegevens te verstrekken. Voor zover op die uitnodiging is gereageerd, zijn de ver­strekte gegevens verwerkt. Voor zover geen gegevens zijn ontvangen, is naar beste vermogen gehandeld. Ik houd me aanbevolen voor eventuele aanvullingen of correcties.
  2. De voorloper van de Mediatorsfederatie, het Nederlands Mediation Insti­tuut, werd opgericht in 1993. Vanaf 2006 bestond de kwalificatie ‘gecer­tificeerd mediator’, die in 2012 werd vervangen door de ‘geregistreerd mediator’.
  3. Zie rapport van het juridisch onderzoeksinstituut HiiL, Rechtszorg in plaats van rechtsstrijd bij scheiding, van 3 mei 2017.
  4. Het sectiereglement kent leden en daarom is deze NIP-sectie beschouwd als vereniging.
  5. Thans: de Nederlandse vereniging Familie- en erfrecht advocaten schei­dingsmediators.
  6. in 2015 gewijzigd in VMN, Vereniging van Mediators in het Notariaat.
  7. De rechtsvorm is een stichting. Aangezien deze stichting aangesloten me­diators kent, vermeld ik ook deze organisatie in dit essay over mediators­verenigingen.
  8. Over in-group out-group feelings, zie the Social Identity Theory (1979) van Henri Tajfel en John Turner.
  9. Zie in dat verband bijvoorbeeld het onderzoek: Psycholoog-mediator, ju­rist-mediator, rechtvaardigheid; verschillen in interventiegedrag tussen arbeids- en organisatiepsycholoog-mediators en jurist-mediators van Mary A. Vermeulen, Faculteit Psychologie, afstudeerrichting Arbeids- en organisatiepsychologie, Open Universiteit Nederland 2013.
  10. Zie mijn artikel ‘Mag de markt om een legal mediator vragen?’, TC 2019/2.
  11. Later is ook ‘erfrecht’ nog aan de naam toegevoegd.
  12. NMv verliet per 1 januari 2020 het MfN, als deelnemer van het MfN-be­stuur.
  13. Feitelijk betreft het een drietal stichtingen: de Stichting Federatie Mediators­verenigingen (MfN-bestuur) waarin de mediators(beroeps)verenigingen zijn vertegenwoordigd; de Stichting Kwaliteit Mediators (SKM) als beheerder van het onafhankelijke MfN-register als kwaliteitsregister van mediators, met thans circa 2700 MfN-registermediators met een beroepsregistratie; en de Diensten Stichting Mediation dat feitelijk invulling geeft aan een MfN­bureau, met als handelsnaam: Mediatorsfederatie Nederland.
  14. Graag had ik per vereniging het ledental vermeld. Dat is niet gedaan om­dat de opgaven te onvolledig waren en niet verifieerbaar.
  15. Naast het MfN-register bestaat er tevens een ADR-register. Dit laatste betreft een commercieel register voor diverse professionals, waar op enig moment ook de mediator aan is toegevoegd. In het kader van dit essay is alleen aandacht besteed aan het MfN-register (sinds 1993), non profit, opgebouwd voor en door mediators in samenspraak met de overheid, met een uitgebreid systeem van kwaliteitsbewaking.
  16. Er zijn ook vele regionaal georganiseerde mediatorsverbanden, die hier onvermeld blijven. In dit essay beperk ik me tot de landelijke verenigin­gen. Daarnaast is er het in Nederland gevestigde IMI, International Medi­ation Institute. Vanwege het internationaal karakter is ook deze onbespro­ken gelaten.
  17. D.R. Forsyth, Group Dynamics, Belmond CA: Thomson Wadsworth 2014.
  18. M. Thiebout e.a., Groepsmediation, dynamiek, procesontwerp en werk­vormen, Den Haag: Sdu 2015.
  19. F. Schulz von Thun, Hoe bedoelt u? Een psychologische analyse van men­selijke communicatie, Groningen: Wolters-Noordhoff 1982.





Deel deze pagina op:

Jacques de Waart
Jacques de Waart

was onder meer voorzitter van de NVvMA, q.q. bestuurslid NMI, q.q. mede-oprichter van de MfN en medeoprichter en bestuurslid van de VCM, inmiddels Platform Businessmediation. Hij was en is nauw betrokken bij de kwaliteitsontwikkeling van mediation.

LinkedIn
Verder lezen?

Word ook lid van de Nederlandse Mediatorsvereniging en profiteer van vele voordelen, waaronder een abonnement op het Tijdschrijft Conflicthantering.

Meld je nu aan!

Of neem een los abonnement op Tijdschrijft Conflicthantering: klik hier.